het perkament waarop zoveel geschreven staat

vouwt rimels in je huid 

door een blauwe wolk gedragen dwars door alle plagen schrijft het vedervolk haar lied

rotsen zee en zachte bries zon nam afscheid van de dag met een kleurenlach

wekte mij tot liefde en de vonken laat ik achter op het linnendoek de maan schijnt zilveren oceaan strelend koesterend

en jij nabij

innig verlangend vol gloed mijn leven binnen kwam om mij heen gesponnen warmte om nooit meer te verdwijnen mijn muze en mijn tweede huid